Langer thuis wonen leidt niet altijd tot lagere sterfte en zorgkosten

Thuiszorg of zorg in een verpleeghuis of verzorgingshuis: voor veel ouderen maakt het nauwelijks uit. Ze leven thuis niet langer en hebben ongeveer even hoge zorgkosten.

Dat blijkt uit een studie van het RIVM, het CPB en de Erasmus Universiteit. De uitkomsten van deze studie zijn gepubliceerd in het tijdschrift Economisch Statistische Berichten.

De laatste twintig jaar blijven ouderen steeds langer thuis wonen. Dat komt niet alleen omdat de voorkeuren van ouderen veranderen, maar ook omdat het beleid hierop gericht is. De studie toont aan dat voor een grote groep ouderen het qua sterfte en zorgkosten nauwelijks uitmaakt of ze een indicatie krijgen voor thuiszorg of intramurale zorg. Dit blijkt uit een analyse van indicaties voor intramurale zorg die tussen 2009 en 2013 zijn gesteld. Voor ongeveer 50 duizend ouderen boven 65 jaar die voor het eerst zo’n indicatie aanvroegen, is gekeken naar sterfte, zorgkosten en ziekenhuisgebruik.

Sterftekans
Het onderzoek toont aan dat de sterftekans voor de groep mensen met thuiszorgindicatie ongeveer even groot is als voor de groep mensen met een indicatie voor intramurale zorg. Toegang tot de intramurale zorg verlaagt wel de kans op een ziekenhuisopname. Mogelijk wordt de ziekenhuiszorg deels overgenomen door de zorginstelling. Verder zijn de totale zorgkosten van ouderen met een indicatie voor intramurale zorg niet hoger dan voor ouderen met een indicatie voor thuiszorg: de ruim 12 duizend euro extra voor intramurale zorg over de periode van twee jaar na indicatie wordt gecompenseerd door lagere kosten aan thuiszorg en ziekenhuiszorg.

Lees hier het volledige artikel.