2011 superjaar voor reumaonderzoek

Betere en goedkopere methoden om lichaamseiwitten te onderzoeken die ons meer leren over reuma. Eiwitten die het soms tot ‘biomarker’ schoppen. Versnelling in het onderzoek naar sclerodermie en spondyloartritis. Onderzoek naar een totaal nieuwe manier om reumatoïde artritis te behandelen. De eerste uitkomsten van het grootste onderzoek naar artrose. En de start van grote internationale samenwerkingsprojecten. Dit zijn voor het Reumafonds de belangrijkste resultaten van 2011 op het gebied van wetenschappelijk onderzoek.

Techniek
Net zoals er steeds betere en zuiniger auto’s komen, zo komen er steeds betere, snellere en goedkopere methoden om de kleinste eiwitjes in ons lichaam te onderzoeken. Dan gaat het natuurlijk om de rol die zij spelen bij reumatische ziekten. Een aantal van die eiwitten schopt het tot ‘biomarker’.

Biomarkers zijn de  stoffen die karakteristiek zijn voor een bepaalde ziekte of fase van een bepaalde ziekte. Ze kunnen ons behulpzaam zijn bij het opsporen van de ziekte, of  de ernst ervan aantonen. Soms zelfs hoe de ziekte reageert op een medicijn. Er zijn ook methoden ontwikkeld om de tests op biomarkers, zoals de anti-CCP-test, eenvoudiger en dus goedkoper te maken.

Artrose
Het grootste onderzoek naar artrose, het CHECK onderzoek, kwam met eerste resultaten. Artrose ontwikkelt zich veel langzamer dan we dachten, dat biedt kansen voor de behandeling. Bovendien blijkt artrose meerdere vormen te hebben. Elke vorm zou anders behandeld moeten worden.

Versnelling
Het onderzoek naar sclerodermie kreeg in 2011 een belangrijke impuls omdat Nederlandse onderzoekers naar sclerodermie, die internationaal samenwerken, grote subsidies ontvingen. Ook het onderzoek naar spondyloartritis, waaronder de ziekte van Bechterew, gaat hard. Volgens onderzoekers  moet er binnen vijf jaar een test zijn die heel vroeg de diagnose helpt te stellen. Het duurt nu vaak nog jaren voordat uit de klachten de diagnose duidelijk is.

Er startte een onderzoek naar een methode om reumatoïde artritis op een totaal nieuwe manier te behandelen, via het stimuleren van de nervus vagus.

Resultaten subsidies Reumafonds
Er werd in 2011 ook een aantal onderzoeken afgerond waarvan het Reumafonds de belangrijkste financier was. De belangrijkste uitkomsten van deze onderzoeken:

  •     Het zou kunnen zijn dat vetmoleculen een rol spelen bij het stukgaan van gewrichten bij artrose en artritis. Bepaalde vetmoleculen zijn terug te vinden in de gewrichtsbekleding (synovium). En dat maakt hun betrokkenheid bij gewrichtsschade verdacht.
  •     Het vermoeden dat reuma begint in de lymfeklieren werd voorzichtig bevestigd in een eerste onderzoek. Er werd een verband gevonden tussen de afweercellen in ontstoken gewrichtsweefsel en die in lymfeklieren
  •     In meerdere onderzoeken zijn lichaamseiwitten of cellen gevonden die een relatie hebben met het ontwikkelen van reumatoïde artritis of het ontwikkelen van gewrichtsschade. Deze vindingen kunnen leiden tot nieuwe biomarkers
  •     Er is meer ontdekt over een eiwit dat belangrijk is bij het stukgaan van kraakbeen. Nu kan onderzocht worden of dit eiwit afgeremd kan worden en of dit dus een nieuwe behandeling oplevert
  •     Een veronderstelde relatie tussen een bacterie en de ziekte Granulomatose met polyangiitis (voorheen de ziekte van Wegener) werd niet gevonden. Toch leverde dit onderzoek meer inzicht op over de rol van bepaalde stukjes DNA bij auto-immuunziekten

Samenwerking jeugdreuma
Daarnaast zette het Reumafonds belangrijke stappen bij het stimuleren van de nationale en internationale samenwerking in onderzoek. Dit jaar startte een wereldwijd initiatief met de naam UCAN om de behandeling van kinderen met jeugdreuma te verbeteren. Het Reumafonds ondersteunt UCAN met 1 miljoen euro en is daarmee de belangrijkste financier.

Bron: Reumafonds