Heroverweeg de doelen van het vaccineren

Proberen we SARS-CoV-2 onder de knie te krijgen of moeten we ermee leren leven? De inzet van de coronavaccinaties is het onderdrukken van virustransmissie. Maar daarvoor zullen we moeten doorgaan met vaccineren in een derde en mogelijk nog veel meer rondes. Is dat wel verstandig?

Vanaf het begin van de pandemie was de boodschap hoopvol: even volhouden, straks is er een vaccin en dan verdwijnt het coronavirus. Nog nooit zijn er zo snel, zo veel financiële middelen ingezet om een nieuw vaccin te ontwikkelen met aanzienlijk positief resultaat.

Maar ondanks de uitstekende kortetermijneffectiviteit tegen ernstige covid-19 bleken die initiële inschattingen te rooskleurig. De klassieke ‘groepsimmuniteit’, die leidt tot eradicatie van het virus – zoals bij mazelen, polio en de pokken – bleek bij dit virus met dit vaccin onhaalbaar.Toch heeft die conclusie weinig impact gehad op de publieke discussie, waar nog steeds onterecht wordt gesproken over een ‘te behalen vaccinatiegraad’, vaak gekoppeld aan een vergelijking tussen SARS-CoV-2 en de mazelen. De afgelopen weken zijn opnieuw enkele belangrijke resultaten gepubliceerd met consequenties voor ons vaccinatie­beleid.

Bescherming van korte duur
Nieuwe data laten zien dat hoewel de bescherming tegen ernstige covid-19 deels persisteert, de bescherming tegen licht symptomatische en asymptomatische infectie en besmettelijkheid na enkele maanden verdwijnt. Dit is niet geheel verrassend. Als we één tot twee maanden na vaccinatie de effectiviteit meten – zoals werd gedaan in de eerste fase-III- en postmarketing observationele studies – meten we in feite de bescherming door de initiële reactie op het vaccin en nog niet de echte ‘recall response’ op infectie.

Lees hier het volledige artikel.